Huzarenstukje in de Kropswolderbuitenpolder

Door Addo van der Eijk

Mogen wij bij hoge nood - als het water ons aan de lippen staat - tijdelijk water inlaten in de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder? Op deze vraag van het Waterschap Hunze en Aa's en de provincie Groningen antwoordde de Stichting Het Groninger Landschap volmondig ja. Waterberging en natte natuur gaan prima samen, zeker als daarmee geld vrijkomt voor de inrichting van de polders. Deze maand gaat in de Kropswolderbuitenpolder de eerste schop de grond in.

Eind oktober 1998 was een spannende tijd voor de provincie Groningen. Het waterpeil steeg, dorpen en steden dreigden te overstromen. In het crisiscentrum stroomde de adrenaline. Het wassende water moest ergens worden opgevangen, maar waar? Ternauwernood vond men ruimte. Tien miljard liter water werd de Tussenklappenpolder ingelaten. En ook de Westerbroekstermadepolder moest eraan geloven. Na de wateroverlast in 1993 en in 1995 was dit voor Rita Jansen, Gedeputeerde van de provincie Groningen, de druppel die de emmer deed overlopen. 'Het inlaten heeft tot veel schade en maatschappelijke ontwrichting geleid. Een stuurgroep, genaamd Water 2000+, heeft zich direct over het probleem gebogen. Maatregelen zijn hard nodig. De waterstanden blijken hoger dan we eerder dachten, en door klimaatveranderingen, bodemdaling en zeespiegelrijzing zal het probleem alleen maar toenemen', aldus Rita Jansen, voorzitster van de stuurgroep. Eén van de leden namens de twee waterschappen is Alfred van Hall, dijkgraaf van Waterschap Hunze en Aa's. Hij schetst het probleem: 'Stel er waait een harde noordenwind én het is springtij, dan kunnen we het water nauwelijks lozen in de Dollard. Grotere gemalen en hogere dijken lossen het probleem niet meer op. We hebben ook goed ingerichte gebieden nodig om het water landinwaarts op te vangen.'

Goed overleg
Na een uitvoerige zoektocht kwam Water 2000+ onlangs met het advies om achttien locaties aan te wijzen voor het opvangen van water. Vijf daarvan zullen naar verwachting eens in de dertig jaar nodig zijn voor waterberging, de overige dertien slechts eens in de honderd jaar. Een groot deel van de bergingsgebieden ligt ten zuiden van de stad Groningen, globaal tussen het Leekstermeer en het Zuidlaardermeer. 'Een huzarenstukje', noemt Rita Jansen de afstemming en de samenwerking bij het aanwijzen van de Westerbroekstermadepolder en de naastgelegen Kropswolderbuitenpolder. Samen beslaan ze zo'n 500 hectare, goed voor 7 miljard literflessen hunzewater. 'Door gezamenlijk de schouders eronder te zetten, hebben we de deal in vrij korte tijd rondgekregen', stelt Rita Jansen. Ook Alfred van Hall is vol lof over de samenwerking met de Stichting Het Groninger Landschap: 'Bij andere gebieden ondervinden we veel weerstand, vooral van de landbouw. Het is een verstandige zet van de Stichting Het Groninger Landschap om te zoeken naar voordelen, in plaats van zich te verzetten. Door deze open, positieve grondhouding konden we elkaar helpen.' Het mes snijdt dan ook aan twee kanten. De Stichting Het Groninger Landschap bezorgt Water 2000+ ruimte, en daarvoor in de plaats betalen provincie en waterschap mee aan de inrichting van de polders. Bovendien wordt door de combinatie van de functies natuur, recreatie en waterberging aanzienlijk op de investeringskosten bespaard.

Primeur
De inrichting van de Kropswolderbuitenpolder start deze maand. En daarmee heeft de Stichting Het Groninger Landschap een primeur: het is het eerste waterbergingsgebied waar een schop de grond ingaat. 'We zaten al plannen te maken voor de inrichting, toen het verzoek van Water 2000+ ons bereikte.' Aan het woord is Bert Heinecke, die als rayonbeheerder West van de Stichting Het Groninger Landschap het project leidt. 'Van de polders wilden we een nat en dynamisch gebied maken dat met name voor wateren moerasvogels geschikt is. De combinatie met waterberging lag daarom voor de hand en heeft onze plannen in een stroomversnelling gebracht.' Het water zal niet alleen bij ernstige wateroverlast de polder binnenstromen. 'Bij de ingang plaatsen we een hevelstuw met vispassage, bij de uitgang een Amerikaanse windmotor. Beide apparaten staan naast elkaar. Het water stroomt dan van het Foxholstermeer de Kropswolderbuitenpolder in, maakt een rondje door het geulenpatroon in de polder en wordt bij het beginpunt weer het meer ingepompt. Met onze inrichtingsplannen bereiken we een lappendeken van natte en droge delen, open water, riet en geulen. Door met de waterstanden te variëren creëer je slikrandjes, die weer vogelsoorten aantrekken als de watersnip', aldus Bert Heinecke.

Leinwijk
De inrichting heeft veel weg van het proefproject 'Water over Wolfsbarge'. En dat is niet verwonderlijk. 'Dat experiment laat zien dat het systeem werkt. Zo is er in Leinwijk bij Kropswolde ontzettend veel vis aangetroffen. De stroming zorgt ervoor dat vissen het gebied binnenkomen. De vele ondieptes met waterplanten creëren ideale paaiplaatsen, vooral voor snoeken. Ook verhoogt het de overlevingskans van jonge snoeken.' Behalve vissen verwacht Bert Heinecke veel moerasvogels, zoals rietgors, baardmannetje en porseleinhoen. 'De polders blijven weids en open met waterplassen, rietvelden en zeer plaatselijk wilgenbosjes. De opslag houden we binnen de perken, onder meer door het inzetten van grote grazers. Een veekade door het Foxholstermeer, die parallel komt te liggen aan de spoorlijn, gaat ervoor zorgen dat de dieren van de ene polder naar de andere kunnen lopen. Over de veekade komt ook een fietspad. Fietsers kunnen dan vanuit recreatiegebied Meerwijck over een nieuw fietspad door de Kropswolderbuitenpolder fietsen, om vervolgens de veekade over te steken naar de Westerbroekstermadepolder. Wandelen kan in de Kropswolderbuitenpolder over een kort pad dat eindigt bij een vogelkijkhut. Dit pad sluit aan op de wandelpaden in het recreatiegebied Meerwijck.'

Meer gebieden
Het komende jaar zal de Kropswolderbuitenpolder ogen als een zandbak. De stilte wordt ruw verstoord door de motoren van graafmachines, die grond van hot naar her versjouwen. In 2003 is de Westerbroekstermadepolder aan de beurt. En zelfs als in 2004 het project is afgerond, zal het nog even duren voordat de natuur echt op gang is gekomen. Ook al is er dan meer ruimte om het water op te vangen, het gevaar van overstromingen elders is nog niet geweken. De zee blijft stijgen, de neerslag neemt toe. Rita Jansen en Alfred van Hall verwachten dat in de toekomst nog meer gebieden nodig zijn voor waterberging. De Stichting Het Groninger Landschap zal ook dan meewerken. Het project in de Kropswolderbuitenpolder laat immers zien dat waterberging en natte natuur prima samengaan.