Addo van der Eijk evenementen & teksten
Niet aanmodderen maar baggeren

De bezinkput van de IJssel is vervuild met 15 miljoen kubieke meter slib. Van vuile bagger schoon slib maken is nog niet mogelijk. Daarom koos Rijkswaterstaat voor een unieke oplossing: opslaan in een diepe put in het meer.

De schok was groot toen het slib in het Ketelmeer zijn ware gezicht liet zien: klasse 4, ernstig verontreinigd. Het slib was zo giftig dat waterdieren misvormd raakten en de paling de normen van de Warenwet voor PCB's overschreed. De tijd van aanmodderen was voorbij. Er moest iets gebeuren met deze erfenis van dertig jaar onverantwoord lozen in de Rijn en de IJsel. Maar wat? Laten liggen, ter plaatse reinigen of baggeren en storten? Jan Driebergen, werkzaam bij Rijkswaterstaat directie IJsselmeergebied, zocht een antwoord. 'We hebben in 1990 een MER-procedure gestart. Uit de vele mogelijkheden is uiteindelijk gekozen voor de eiland-put variant. Middenin het meer maken we een eiland met een put van 45 meter diep. Deze variant is schoner wat betreft het lekken naar het grondwater, goedkoper omdat het slib nauwelijks verplaatst hoeft te worden en mooier omdat het onder water ligt.'

Teveel zand

Milieucriterium nummer één is de verspreiding naar het grondwater. Driebergen: 'Je kunt een depot nooit helemaal dichtmaken. Er zijn wel allerlei technische oplossingen bedacht, maar nooit beproefd. Enerzijds is nu op de bodem van de put een schone kleilaag ontworpen en anderzijds voorkomen we door peilbeheersing dat vuil materiaal kan ontsnappen. Als het al gaat lekken dan komt het pas over duizenden jaren aan de oppervlakte.'

Diverse plannen liften met dit omvangrijk baggerproject mee. 'We hebben zand over. Je kunt het allemaal wegbrengen, maar dat is duur en jammer. Zo is het Ketelmeer aantrekkelijk voor waterrecreatie. De vervuiling was een grote rem op recreatieve plannen. Nu slaan we twee vliegen in één klap: de vuile bagger gaat in de put en met het schone zand uit de put leggen we een natuur- en recreatiegebied aan.'

Nieuwe technieken

Vanaf 1996 is de bouw in volle gang. 'We liggen op koers', vertelt Driebergen. 'Grote delen van de put zijn al op een diepte van 45 meter. De dijk, die tien meter hoog wordt, is tot een meter of vijf gevorderd. In april dit jaar, als alles klaar is, gaat de dijk dicht. De volgende uitdaging is om de put vol te krijgen met 20 miljoen kubieke meter slib. We beginnen na de zomer met de oostelijke helft.'

Speciaal voor deze operatie zijn apparaten uitgevonden met namen als wormwielzuiger, schaafkopzuiger en milieuschijfcutter. 'Deze machines baggeren de dunne schil van vervuild slib zonder enige vertroebeling en bijna tot op de centimeter nauwkeurig. Eén centimeter teveel levert al gauw 280.000 kubieke meter extra slib op.'

Bronnen aangepakt

Over 20 jaar is de put vol. Hopelijk zijn dan alle vuile plekken in de regio weer schoon. Driebergen: 'De bronnen van vervuiling zijn nu redelijk gesaneerd. Anders is het dweilen met de kraan open. Het verse 'schone' slib komt nu terecht bovenop het slib dat we weg gaan halen. We moeten dus wel opschieten, want we praten over tonnen slib per jaar.'

Het Ketelmeerproject heeft een schat aan informatie opgeleverd. Dick Kevelam van DHV is blij met deze technologische stap voorwaarts. 'De opgedane kennis over de chemie van baggerspecie en de recente baggertechnieken kunnen we zo toepassen bij andere projecten. Bijvoorbeeld in het Hollandsch Diep, een andere bezinkput waar een speciedepot komt. Ook internationaal staat het schoonmaken van meren in de belangstelling. Zo zijn we bezig met het schoonmaken van een meer in Polen. Hier passen we dezelfde systematiek toe als in het Ketelmeer.'