Negen bedrijfsnatuurplannen in Westerwolde

‘Ze maken boeren meer milieu-minded’

Door Addo van der Eijk

Veel boeren krijgen de smaak van het natuurbeheer goed te pakken. Zo ook in Westerwolde, waar Landschapsbeheer Groningen voor negen agrarische bedrijven een bedrijfsnatuurplan opstelt. Volgens Wiebo Zijlstra, medewerker projectbureau van Landschapsbeheer, is er zonder al te veel tijd en moeite veel natuurwinst te behalen.

Landschapsbeheer Groningen wil de boer en de natuur dichter bij elkaar brengen. ‘De natuur in Groningen kan niet zonder de boer’, stelt Zijlstra. ‘Juist door natuurbeheer ook buiten de reservaten te stimuleren, kun je voorkomen dat de natuurgebieden totaal geďsoleerde ‘bloempotten’ worden. Bedrijfsnatuurplannen zijn een goed middel om het landelijk gebied van Groningen aantrekkelijker te maken.’ Het project ‘Boeren en natuur in Westerwolde’ is aangezwengeld door de Werkgroep Duurzame Landbouw Westerwolde en financieel mogelijk gemaakt dankzij steun van de provincie Groningen. Zijlstra: ‘We gaan in Westerwolde binnen twee jaar negen bedrijfsnatuurplannen opstellen. Het eerste jaar maken we vijf plannen, het tweede jaar vier. Het kostte ons niet veel moeite om het maximale aantal van vijf deelnemers voor 1998 te vinden. Alle potentiële deelnemers zijn bezocht, waarna een aantal boerenbedrijven is afgevallen. Daar was zonder drastische maatregelen nauwelijks natuurwinst te boeken.’

Doorlichten

De bedrijven van de vijf deelnemers zijn begin dit jaar van top tot teen doorgelicht. ‘Van de geschiedenis tot de slootkanten: we hebben werkelijk alles in kaart gebracht’, vertelt Zijlstra. ‘We kijken voornamelijk naar de kleine landschapselementen. Zowel op het erf (hoe staat het met de beplanting?) als op het land (kunnen we akkerkruiden inzaaien?) Hoe staat het met de houtsingels?’ Om vaart achter het project te zetten, zijn naar aanleiding van de bezoeken meteen beknopte werkplannen gemaakt. Het opstellen van een bedrijfsnatuurplan kost meer tijd. Door de werkplannen hebben we tijdwinst geboekt. Deze zomer zijn de eerste maatregelen uitgevoerd’, legt Zijlstra uit. Het is niet de bedoeling het gehele boerenbedrijf op zijn kop te zetten. Integendeel zelfs. Landschapsbeheer Groningen adviseert maatregelen die makkelijk in de bedrijfsvoering inpasbaar zijn. ‘Door kleine veranderingen kan een boerenbedrijf al een stuk natuurvriendelijker ogen’, vertelt Zijlstra. ‘Neem een nestkast voor kerkuilen. Kost weinig en je boekt natuurwinst. Of een mooie fruitboom die zorgt voor natuurwinst, čn een lekkere appel als toetje. Het blijkt dat boeren zich vaak te weinig bewust zijn van de mogelijkheden om geld čn de natuur te sparen. Als een boer een sloot een keer niet schoonmaakt is dat tijdwinst en dus een kostenbesparing.’ Niet alle natuurwinst is pure winst. Sommige uit te voeren maatregelen kosten geld of zorgen voor inkomstenderving. Dan komt het kosten-batenverhaal om de hoek kijken. Een zogeheten natuurproductiebetaling zorgt voor compensatie. Zijlstra: ‘Er zijn weinig boeren die zichzelf vrijwillig beperkingen opleggen ten gunste van de natuur. Inzaaien van akkerkruiden betekent verlies aan gewas. Wie gaat dat betalen? ‘De maatschappij’, zegt de boer. Ik ben het daar op zich mee eens, maar boeren hebben ook een eigen verantwoordelijkheid voor het landschap.’

Opzet werkt

Het ‘Voorbeeldproject bedrijfsnatuurplannen’ uit 1997 heeft aangetoond dat een dergelijke opzet goede resultaten oplevert. ‘Vorig jaar hebben we zes bedrijven verdeeld over de provincie onder handen genomen. Bij alle bedrijven zijn kansen voor natuur in beeld gebracht en gerealiseerd. De deelnemers waren positief. Door het project raakten de boeren meer betrokken bij de natuur op en om het bedrijf. Onze ervaring is dat boeren steeds meer over de natuur willen weten als ze eenmaal met natuurbeheer zijn begonnen. Ze worden meer natuur-minded’, aldus Zijlstra. De provincie Groningen nam alle kosten van het voorbeeldproject voor haar rekening. Voor het project in Westerwolde wordt ook van de deelnemers een bijdrage verlangd. Dat met het oog op de betrokkenheid met de bedrijfsnatuurplannen. Het project duurt twee jaar. Als de boer daarna geen compensatie ontvangt is de kans groot dat de akkerkruiden weer plaatsmaken voor gewone gewassen. Landschapsbeheer Groningen hoopt dat er tegen die tijd een andere financieringregeling gevonden is. Zijlstra: ‘Belangrijk is dat de natuur bij de boeren tussen de oren zit. Als we dat bereiken, dan zijn we op de goede weg. We hebben meerdere malen patrijzen en kwartels in de strook akkerkruiden zien scharrelen. De boer vond het prachtig.’